Calcium tekort | Melkziekte


Calciumtekort

Calciumtekort na het afkalven wordt niet altijd opgemerkt maar het blijkt op veel bedrijven voor te komen. De overgang van droogstand naar lactatie tijdens de transitieperiode is een intensieve fase voor de koe waarin een acuut gebrek aan calcium kan ontstaan.

Na het afkalven daalt de calciumspiegel in het bloed. Hierop wordt door de koe gereageerd door meer calcium uit het voer op te nemen en calcium uit de botten te mobiliseren. Veel koeien vertonen, ondanks dit verborgen calciumgebrek, een normaal gedrag.

Dit calciumtekort is niet zichtbaar maar kan ontwikkelen tot een subklinische melkziekte. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt 25-40% van de koeien te lijden aan subklinische melkziekte. Een subklinische melkziekte kan leiden tot een daling van de opname van de drogestof. Het kan een lagere melkproductie, verminderde vruchtbaarheid en grotere kans op vroegtijdige afvoer veroorzaken.

Subklinische melkziekte kan zich verder ontwikkelen tot klinische melkziekte. Een koe met melkziekte heeft geen eetlust, is weinig actief en heeft vaak koude oren. Door het calciumtekort in het bloed functioneren o.a. de skeletspieren niet meer goed. Daardoor kan de koe niet meer overeind komen. Ook andere spieren in de verschillende organen (baarmoeder, pens, hart en darmen) zijn minder actief. Er komt geen mest of urine meer. Er kan trommelzucht (gasophoping in de pens) optreden doordat pensbewegingen verminderen. Een deel van de koeien overlijdt aan melkziekte.

Een te lage voeropname is een van de oorzaken van het calciumtekort. Een goed transitiemanagement waarin ook de calciumspiegel en ketonenniveau van het bloed wordt gemonitord en calciumtekorten tijdig worden aangevuld is belangrijk. Dit kan heel eenvoudig met een goede calcium bolus. Door problemen met melkziekte voor te zijn in de eerste dagen na afkalven, is de productie van verse koeien beter en zijn de gezondheidsproblemen minder, zowel op korte als lange termijn.