Energietekort | Ketose

Energietekort en ketose (slepende melkziekte)


Alle koeien raken rondom afkalven in een negatieve energiebalans. Dit ontstaat doordat koeien direct na afkalven te weinig voer opnemen ten opzichte van de hoeveelheid geproduceerde melk. De koe heeft meer energie nodig dan wordt opgenomen. Hierdoor spreken de koeien hun vetreserves aan. De afbraak van vetten belast de lever en kunnen koeien uiteindelijk ketose (slepende melkziekte) ontwikkelen. Ketose is een stofwisselingsaandoening.

Koeien met ketose zijn sloom, hebben weinig eetlust, stijve mest en geven minder melk. De adem van de ketose koeien ruikt naar aceton (een van de ketonen). Ketose heeft ook negatief effect op de vruchtbaarheid.

In de pens worden (snelle) koolhydraten over het algemeen afgebroken door de pensmicroben tot propionaat, acetaat of butyraat. Deze drie vluchtige vetzuren worden geabsorbeerd door de penswand en naar de leven vervoerd. Propionaat wordt door de lever omgezet in glucose. Glucose wordt in de koe omgezet in melksuiker.  Productie van de melk is gerelateerd aan de aanwezigheid van glucose.

De andere functie van propionaat heeft betrekking op de vetstofwisseling van het dier. Als de koe de behoefte aan energie voor de melkproductie niet uit het voer kan halen, worden de vetreserves van het lichaam afgebroken. Vetten worden eerst afgebroken tot kleinere moleculen en afgevoerd naar de lever waar de moleculen worden omgezet in acetaat. Via dit proces wordt energie opgewekt.

Acetaat wordt op zijn beurt omgezet naar koolstofdioxide en water om meer energie te genereren. Dit proces vereist propionaat. Indien er te weinig propionaat aanwezig is, wat vaak het geval is wanneer koeien veel melksuiker maken, wordt een overmaat acetaat opgebouwd in de lever.  Uit acetaat wordt in de lever aceton, acetoacetaat en beta-hydroxybutyraat gemaakt. Deze producten komen in de bloedbaan van de koe, waardoor de ketose symptomen ontstaan. Ook is dan de typische aceton geur te ruiken.

Het risico op ketose is te beperken door de negatieve energiebalans na het afkalven te beperken. Voor behandeling van ketose wordt vaak propyleenglycol of een andere compacte bron van energie zoals een bolus toegediend om het energieniveau te verhogen en risico's op verdere problemen te verminderen.