Klauwgezondheid


Klauwgezondheid is nog altijd een onderschat aandachtspunt. Echter, voor het goed functioneren, de levensduur en het welzijn van de koe zijn goede klauwen de basis. Het bekendste verschijnsel van klauwproblemen is kreupelheid. Vaak zijn de eerste verschijnselen niet duidelijk en ontstaat kreupelheid met het minder makkelijk bewegen van de koe. 

Vroege klauwproblemen leiden tot: vaker blijven liggen, een veranderde belasting van de klauwen (meer op de punt staan), koeien laten zich makkelijker aan de kant zetten bij het voerhek en/of drinkhek, produceren minder en zijn minder makkelijk vruchtbaar.  Goede monitoring en registratie van het koppel is noodzakelijk om meer begrip te krijgen in het voorkomen van klauwaandoeningen. Ook krijg je hiermee meer inzicht in de effecten van een behandeling. 

Klauwgezondheid wordt voor een groot deel bepaald door het rantsoen van de koe. Met name biotine, zink en mangaan spelen een belangrijke rol. Klauwaandoeningen zijn te onderscheiden in infectieuze en niet-infectieuze aandoeningen. Bij infectieuze aandoeningen zijn het vooral huidinfecties die verantwoordelijk zijn en minder de klauw zelf. Een lage weerstand en een hoge infectiedruk spelen hier een rol. 

De belangrijkste infectieuze aandoeningen zijn: stinkpoot, Mortellaro, tussenklauwontsteking en tyloom.

Bij niet-infectieuze aandoeningen zoals bloedingen, witte lijndefecten en zoolzweren, zijn rantsoen, de pootbelasting (staan, draaien), huisvesting en klauwkwaliteit belangrijk.

Biotine, zink en mangaan zijn essentieel voor de vorming van keratine. Keratine zorgt voor een sterkere klauwhoorn, de vorming van cement/lijm tussen de hoorn- en huidcellen waardoor deze sterker aan elkaar vast zitten, en de kans op aandoeningen zoals witte lijndefecten en zoolzweren sterk afneemt. 

Daarnaast zijn biotine, zink en mangaan ook belangrijk voor de vorming van een goede kwaliteit huid waardoor infectieuze aandoeningen minder kans krijgen.