BOLUS BLOG: INTERVIEW MET KRINGLOOPLANDBOUW PIONIER G. KEURENTJES

BOLUS BLOG: INTERVIEW MET KRINGLOOPLANDBOUW PIONIER G. KEURENTJES


Figuur 1png

Onderstaand een interview met kringlooplandbouw pionier Gerard Keurentjes door WUR student.

Boer: Gerard Keurentjes

Bedrijf: Biodynamische melkveehouderij

Land: 55 ha

Grondsoort: Mengeling van zand, veen, zavel 

Dieren:  55 melkkoeien, 32 stuks jongvee, 5 ossen en 60 kippen

Productie: ± 5750 l melk/ koe, 55 eieren/ dag; vleesverkoop 10 dieren, honing

Overige activiteiten: Excursies, Bed en Brochje, Begeleiden collega veehouder 

Weidegang: 5400 uur

Bijzonderheden: Samenwerking met een biodynamische zaadteelt veredelaar. Voorjaarsafkalvend. Eigen kalfjes volledige zoogperiode (3mnd) bij (pleeg)koe. Imker.



Startsituatie: ‘Ik ben hier geboren, dus ik ben er zo ingerold. Op mijn 20e ben ik in maatschap gegaan, nadat ik 7 weken naar Nieuw Zeeland geweest ben. Het was toen een bedrijf met 75 melkkoeien, 35ha, en met verhuur van aardappelland, tulpen en lelies.’ 

Visie: ‘De natuurlijke kringloop in balans brengen. Allereerst natuurlijk: dat is werken met de natuur en het optimaal benutten van de seizoenen. Daarnaast balans; genoeg koeien hebben om jezelf te kunnen voorzien met ruwvoer. Dat is heel natuurlijk, want een droge zomer heeft hier ook geresulteerd in minder ruwvoer. Je ziet dan dat de productie wat zakt, maar dat accepteer je zolang de balans maar kan blijven. Het betekent ook dat je in een ander jaar wat meer zou kunnen. Die balans vind ik heel belangrijk.’ 

Visieverandering: ‘Deze visie is eigenlijk 20 jaar geleden begonnen, met een lezing van wijlen Jan van de Kroon, oprichter van de VBBM. Hij vertelde dat we niet op de goede weg zaten met de landbouw en introduceerde het koolstof denken. Hij kon dat heel goed scheikundig uitleggen. Hoe belangrijk koolstof is in heel de kringloop in de bodem en processen van benutting van mineralen waardoor er een gezonder gras gewas kan groeien, wat gezonder is voor de koeien, om die natuurlijke kringloop in balans te krijgen. Die natuurlijke kringloop had ik dus toen al in het vizier. Ik vond Jan een levende profeet. Hij heeft mij echt getriggerd, en daardoor ben ik gelijk lid geworden van de VBBM.’

INDICATOREN:

Blijvend grasland: 95,5%         Dierdagdosering: 0,00

Kruidenrijk grasland: 100%        N-bodemoverschot: 4 kg N/ha

Weidevogelbeheer: Ja, o.a. plasdras.   Eiwit van eigen land: 92%

Krachtvoer: 100% gras gevoerd.

Figuur 2png


Tijdlijn

Figuur 4png

Toelichting tijdlijn:

Hieronder worden belangrijke kantelmomenten aangegeven en beschreven. De nummers komen overeen met de nummers in de tijdlijn hierboven.

1. Land van buren aankopen (1993). Omdat de buurman verhuisde kwam er de mogelijkheid om 20ha land te kopen. Hierdoor is de huiskavel groter geworden. Dat is vrij uniek in dit gebied (Noordoostpolder) omdat de gemiddelde bedrijven zijn uitgegeven met 24ha.

2. Lezing Jan van de Kroon over koolstof (1999). De lezing van wijlen Jan van de Kroon, grondlegger van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM), heeft mij enorm getriggerd door te zeggen dat we niet op de goede weg zaten met de huidige landbouw. Daar werd het koolstof weer terugbrengen in je rantsoen en bedrijf geïntroduceerd. Dit hebben we toen ook gedaan met actieve koolstof weer toevoegen aan het rantsoen van de koeien. Dat heette FIR, wat staat voor Fysische Ionen Regulator. Jan van de Kroon kon dat heel goed scheikundig uitleggen. De natuurlijke kringloop had ik dus toen al in het vizier. Toen zijn we begonnen met koolstof toevoegen aan de bodem en minder stikstof. Hier zijn we dus al op het pad gekomen waardoor je minder chemie gebruikt. Dit heeft geresulteerd in een natuurlijke kringloopbalans en ik vind het onvoorstelbaar wat dat opbrengt. Op 15mei 2018 maaiden we 6ha, wat we vervolgens naar de grasdrogerij brachten. We kregen 32ton grasbrok weer terug, wat meer dan 5ton droge stof betekend. Kun je nagaan wat het hier op kan brengen. Al is er natuurlijk geen jaar gelijk, want in 2018 hadden we een hele droge zomer. Het is nog steeds redelijk droog, dat zien we door het regenwater dat we opvangen als drinkwater voor de kippen.

3. Antibiotica-vrij (2001). We hadden veel last van uierontsteking op het bedrijf. Elke keer als je in de melkput stond had je weer de zorg welke koe is nou verkeerd? Daarnaast vroeg ik me af of de behandelingen wel werkten. Viavia, van boer tot boer, kwam wijlen Henk Koopman op ons pad. Door hem zijn we toen met Mikro-biotikum begonnen, een achttal medicinale kruiden op alcohol basis. De koeien kregen allemaal een kuur, wat binnen een maand tijd resulteerde in een celgetal van rond de 400 naar 150. Toen ging er bij ons een knop om en vroegen we ons af of antibiotica wel de juiste weg is. Dat moesten we zelf pionieren omdat de veearts er niet voor open stond. Ik vind het jammer dat er geen natuurgeneeskunde wordt gegeven op de faculteit. Er waren toen niet meer boeren antibiotica-vrij, wel boeren die ook Mikro-biotikum gingen gebruiken. Ook door Henk Koopman zijn verhaal erachter en andere tips, de dingen die je uit de natuur kon gebruiken. Heel veel geneesmiddelen zijn ontdekt uit de natuur, maar doordat de chemische industrie de stoffen chemisch namaakt zodra ze weten welk stofje het is krijg je resistentie en residuen. Na het overlijden van Henk Koopman in 2014 is Mikro-biotikum overgegaan in Fytabest Mikro-Biotikum van bureau Vetius. Wij gebruiken inmiddels ook de natuurlijke bolussen en Derminal uierolie van Vetius bij hoog celgetal. De bolussen en de uierolie zijn een heel mooie combinatie. Antibiotica gebruik is al jaren 0.

4.Netwerk antibiotica-vrij opgericht (2006). Antibiotica-vrij speelde toen nog niet echt, het werd maar heel sporadisch doorverteld. Maar je kwam wel in contact met dat soort boeren. Toen heb ik voorgesteld om een netwerk op te richten om uit te dragen dat we ook zonder antibiotica kunnen. Daar kregen we subsidie voor en je kreeg een medewerker van Wageningen Universiteit tot je beschikking om het netwerk op te zetten en te draaien. Die medewerker had echter helemaal geen affiniteit met het antibiotica-vrij worden en dat merk je direct. Eigenlijk heeft het dus helemaal niet gewerkt.

5. Netwerk antibiotica-vrij gestopt (2007). Na een jaar zijn we weer gestopt met het netwerk omdat er totaal geen erkenning was. Vanuit de zuivel werd er ook niet echt op gereageerd. Het moest een beetje onder tafel blijven omdat ze bang waren dat iedereen dan straks antibiotica-vrij moest worden. Nu lees je over allemaal residuen en resistentie door antibiotica. Men is nou al trots dat er een bepaald percentage minder antibiotica gebruikt wordt omdat de overheid claimde dat er teveel gebruikt werd, maar ze snappen het nog niet. Boeren die laten zien dat het kan worden niet gehoord. Niet iedereen moet het doen zoals wij gedaan hebben, het was voor ons ook een proces van vallen en opstaan maar toch doorzetten. Dat is wel de beste leerschool, i.p.v. dat je van bovenaf weer regels opgelegd krijgt. Mijn motivatie om ondanks tegenslagen toch door te zetten was puur de resistentie en residuen. Wat vinden we allemaal in de melk? In Rusland vonden ze producten waar tetracycline in zat, en nu staat het notabene op de tankuitslag. Men gaat maar gewoon door en luistert niet naar mensen die laten zien dat het anders kan. Niet dat het zo moet, maar dat het zo kan. Het kan zo mooi met de natuur. Wat dat betreft zou iedereen kennis moeten nemen van de landbouwcursus waardoor je door kunt schakelen naar biodynamisch. Niet om door te schakelen, maar puur om kennis te krijgen van hoe de aarde is ontstaan en waar wij mee mogen werken. Dat is het enige wat we als vertrekpunt moet hebben: dat we hier mogen werken, de aarde beheren en doorgeven. Dat is even frustratie van mijn kant, maar dat heeft wel ergens toe geleid. We zijn nog met zoveel unieke dingen bezig.

6. Stoppen met land verhuren (2008). Door de lezing van Jan van de Kroon kwam je er ook achter dat het huidige systeem dat we toen hadden met aardappelen, tulpen en lelies een doodlopende weg was. Door de wisselteelten moet je elke keer weer organische stof opbouwen en het zijn vrij intensieve teelten. We bedachten dat blijvend grasland veel meer waardevol was dan het verhuren. Bij het verhuur zat echter wel een saldo van €3000,-/ha tulpenland bij wijze van spreken. Dit was echter niet allemaal winst, omdat je het land ook weer opnieuw moet inzaaien, organische stof moet opbouwen, en moet compenseren in het rantsoen omdat het jonge gras veel te rijk is. Dit soort zaken leiden voor ons tot de conclusie om te stoppen met het verhuren.

7. Omschakelen naar Biologisch (2009). Nadat we gestopt zijn met het verhuren van het land hebben werd alles grasland, zodat we ook geen onkruid meer hoefden te bestrijden. Daarnaast waren we al sinds 2001 antibiotica vrij. Hierdoor zaten we eigenlijk al heel dicht bij biologisch en leek het ons een mooie uitdaging.

8. Begonnen met voorjaarsafkalvende veestapel (2009). Een collega boer sprak op de VBBM. Zijn verhaal ging met name over weiden. Weiden betekent veel dingen laten, niet veel kuilen en weinig mest rijden. Natuurlijk werken. Het mooiste van wat we nu zijn vind ik het heel veel dingen los kunnen laten. Je hebt nu piekmomenten met het kalven, maar dat is nu bijna weer voorbij. Dan focussen we ons op het insemineren, precies in de maanden met de hoogste lichtintensiteit (juni, juli) wat voor vruchtbaarheid optimaal is. Binnen 6 weken de hele veestapel kunnen insemineren met een inseminatiegetal van 1,4 dat is toch uniek. In september stop je met insemineren en dan is het heerlijk doormelken tot februari. Dan doe je de melkkraan 2 maanden dicht, wat sociaal zo verreikend is. Het is echt een dynamisch systeem.

9. Gesprek met waterschap (2009). Wij zijn al 10 jaar in gesprek met waterschap en dat komt maar niet van de grond. Er ligt zoveel organische stof om ons bedrijf heen. Dat kunnen we op ons bedrijf halen waardoor het waterschap minder beheerskosten heeft en de waterschapslasten omlaag kunnen. We moeten de organische stof in de bodem centraal stellen. In deze omgeving zit veen in de grond, maar veel boeren zeggen dat het veen al weg is. Door het ploegen komt er zuurstof bij en dan oxideert het. In het voorjaar zeggen ze tegen het waterschap: ‘pompen’, want ik moet het land op. Ik wil het waterpeil juist omhoog hebben. Dat gaat niet gebeuren omdat de grondprijs te hoog is. Bouwplannen moeten extensiever, ruimer, langer gras en langer saladebuffet ertussen. Turbogras voegt niets toe. Toen we omschakelden kwamen we toch in een dip omdat de grond nog moest afkicken. In de beginjaren hadden we daardoor ruwvoer te kort. Toen heb ik contact gezocht met de Weerribben die veel hooilanden hebben, dus daar heb ik hooi gekocht. Dat contact hebben we nu nog steeds. We krijgen nu 500, 600 ton maaisel. De gangen en waterwegen van de Weerribben moeten onderhouden worden en het gemaaide moet afgevoerd worden. Dat is allemaal organisch materiaal. Dat ontvangen wij hier op ons erf en gooien we in een buitenpod, waar de pinken het bemesten en er nog wat van vreten. Hierdoor krijg je een prachtige meststof voor je land. Dat was ook mijn trigger naar het waterschap toe, die watergangen liggen ook om mijn bedrijf heen. Breng dat weer naar de boer en die brengt het weer op het land.

10. Imker op het bedrijf (2012/2013). Een imker heeft hier op het moment 15 bijenvolken. Die staan hier eigenlijk van het begin van het seizoen tot aan het eind van het seizoen. Dat wil wel aangeven dat hier biodiversiteit is. Dat komt ook mede door de bomen. De wilg is heel belangrijk voor de bijen. 60% van de honing halen ze uit bomen. Als men iets met biodiversiteit wil zou ik zeggen nodig eens een imker uit en kijk wat je kunt doen op je land en erf om een biotoop te creëren. Eigenlijk zou er een heel netwerk moeten ontstaan.

11. Singel met voerderbomen uitgebreid (2013). Henk Koopman vertelde dat aspirine ontwikkeld is uit de wilg. Toen heeft het me al getriggerd dat bomen belangrijk zijn. Als je je daar wat in verdiept dan kom je bij agroforestry. Daar is nog een prachtige wereld te gaan. Het mooiste om daarbij te helpen is herstellende landbouw van Mark Sheppard. In zijn boek wordt hartstikke mooi beschreven hoe wij bezig zijn met éénjarige gewassen en wat dat aan erosie oplevert. Dat zag ik vorige week nog, dat een windhoos een hele partij zand meeneemt en dat stopt zodra er grasland is en het niks meer op kan nemen. Dat is eigenlijk al roofbouw plegen op onze aarde. Daarom zijn bomen belangrijk in combinatie met teelten. Als veehouders weten we niet hoe belangrijk bomen zijn, want bos is bos en grasland is grasland. Traditioneel staan er singels om de boerderijen in de Noordoostpolder. Er waren allemaal aanplant schema’s met welke bomen daar in moesten staan. Vroeger had men al die variatie aan bomen, en wisten ze hoe belangrijk dat is voor een biotoop om je erf. Die singel hebben wij uitgebreid met specifieke voederbomen, bomen waarvan de bladeren gegeten kunnen worden. In die bladeren zitten allemaal mineralen. Hier liggen voor mij veel vragen en hulp, van hoe moet je snoeien. Daarom zoek ik ook contact met landschapsbeheer en mensen die er verstand van hebben. Bij ons is het heel kleinschalig om ons erf, maar dat kun je verplaatsen naar je land. We stoppen dit nu ook in een project met het Kuinderbos. Het Kuinderbos gaat open. Dat moet allemaal nog, maar de eerste contacten zijn gelegd. Het gedeelte van het bos is wel aan de beurt om essensterfte aan te pakken, dus er gaan heel wat bomen uit. Maar ik merk dat er in ons geval veel meer bomen uit moeten dan dat de boswachter en meerdere denken. Dat is nog een hele overgang, maar het is essentieel voor ons om dat ook te laten zien. De boer naast het Kuinderbos wil ook op zijn land bomen plaatsen, waardoor je dus een overgang krijg van veehouderij, naar agroforestry, naar een Kuinderbos.

12. Kippen achter de koeien aan weiden (n.d.). We hebben ook 60 graaskippen die achter de koeien aan weiden. Dat is maar heel kleinschalig, maar je ziet toch het effect van die dieren en je krijgt de meest natuurlijk vorm van eieren.

13. Doorschakelen naar biodynamisch (2017).

14. Samenwerking biodynamisch zaadteeltveredelaar (n.d.). We hebben 2,5 ha van ons land ingericht voor de zaadteelt, daar staat nu biologisch dynamische mais. Daarnaast gebruiken ze ongeveer 30m2 voor spinazie. Ik heb dan bij hun ook 2,5ha. Men noemt heel makkelijk grasklaver als vrucht, maar zelf houd ik meer van kruidenrijk grasland. Als je een echte grasklaverweide hebt, die je alleen maar maait om in te kuilen, dan heb je een te eiwitrijke graskuil. Dat is geen compleet rantsoen, dus dan moet je altijd compenseren of mengen of iets dergelijks. Een saladebuffet omvat alles vind ik. We gaan dan ook het saladebuffet introduceren op dat bedrijf. Ook om te kijken wat dat gaat doen binnen hun bouwplan voor de bodem, de diversiteit en de insecten. Als je een saladebuffet kan telen is dat voor die akkerbouwer ontzettend belangrijk door de verschillende beworteling in de bodem, plus de mineralen en het gewas dat je teelt is een compleet rantsoen voor de koe. Het zou een hele ontdekking zijn als dat gaat werken.

Wat heeft het opgeleverd?

Voor de boer: Een inkomen van 75 melkkoeien naar 55. Meestal is het meer, meer, meer, maar wij zijn minder koeien gaan melken met een inkomen en in samenwerking met de natuur. Geen krachtvoer. Koeien zijn 100% grasgevoerd.

Voor de biodiversiteit: het voorbeeld van hoe biodiversiteit kan zijn. Zolang er geen paardenbloem in de wei staat is er geen biodiversiteit, omdat 9 van de 10 boeren die eruit spuit. Die snappen nog niet hoe belangrijk een paardenbloem is. Ze zeggen dat het geen voerderwaarde heeft, nou laat dat maar eens onderzoeken. In het voorjaar heeft dat blad meer dan 1000 VEM. Waar die paardenbloem staat groeit geen gras, maar het is juist de combinatie ervan.

Biodiversiteit. Ze snappen er nog niks van, maar het wordt wel weer van bovenhand opgelegd door de marktpartijen. Maar de boer moet het doen. Zolang die boer nog niet weet hoe het moet, wat wil je dan met een biodiversiteitsplan? Laat toch praktijk zien. Boeren kijken veel te weinig bij andere boeren op het bedrijf. Laat praktijk spreken. Niet omdat het zo moet, maar die praktijk laat zien dat het zo kan.

Voor de bodem: 6ha, 32 ton grasbrok. 15 bijenvolken. Wat heeft het opgeleverd? Lijkt me heel simpel. Met een inkomen van 55 melkkoeien. Voor milieu en landschap: Dat is gewoon geweldig. We hebben een plasdras aangelegd. Wat dat aan vogels aantrekt is gewoon een lust.

Overige opmerkingen:

- Ik ben een gevoelsboer, geen rekenaar. Daarom die productie per koe, dat interesseert me helemaal niet. Uiteindelijk onder aan de streep, wat erover blijft.

- Ik kan niet uit de weg met agrarisch natuurbeheer. Voor kruidenrijk grasland zijn allemaal prachtige pakketten, die leveren veel geld op. Maar ik teken ze niet in zolang die voorwaardes eraan verbonden zijn. Lang niet overal zitten vogels, dus dat land moet ik op tijd kunnen beheren. Leg het beheer op het stuk waar de vogels zitten en laat het dan met rust en maai dat later. De vogels laten zien wat voor natuurbeheer. Er moet flexibel beheer komen en waar de vogels zitten moet een goede vergoeding opleveren en stimulerend zijn. Je krijgt helemaal geen erkenning.

- Het aantal weidevogels dat hier zit is heel divers: tureluur, scholekster, kieviet, grutto, wulp. Alleen het aantal is heel laag. Al veel langer zijn er geen jongen grootgebracht, waardoor je geen generatie opvolging hebt. Je kunt nog zoveel dingen aanleggen en gaan beheren om ze terug te krijgen, maar dat duurt veel langer dan dat je ze om zeep helpt. Ook daar moet een balans in zijn. Predatie is daar ook een factor in die onderschat wordt. Het beheer klopt ook niet. De natuur laat het zien, we moeten vanuit die natuur gaan werken.

WUR 2019
contactgegevens van de heer Keurentjes zijn bij ons bekend.
Voor een ouder interview het de heer Keurentjes in kader van Netwerk Antibioticavrij klik hier.