BOLUS BLOG: KANSEN VOOR KRUIDENRIJK GRASLAND

BOLUS BLOG: KANSEN VOOR KRUIDENRIJK GRASLAND

De Nederlandse weilanden komen steeds vaker onder het vergrootglas van de media te liggen. Met name vanwege actuele vraagstukken rondom biodiversiteit, weidevogelbeheer, emissie van stikstof en het vastleggen van CO2. Ook vanuit de productieketen worden meer eisen gesteld rondom duurzaamheid van: koe, bodem en boer.

Het grasland en de boer worden de spil waar het om draait in een meer duurzame melkveehouderij met een betere kringloop, minder uitstoot van ammoniak en methaan, meer biodiversiteit en vastleggen van CO2. Voor de boer speelt nog een extra essentieel element mee: een effectief kruidenrijk grasland is goed voor het bedrijfsresultaat.

Veehouders die kruidenrijk grasland inzaaien, kunnen besparen op aankoop van structuurrijk ruwvoer, medicijnen, kunstmest en mineralensupplementen.

Kruidenrijke graslanden

De natuurlijke soortenrijkdom in graslanden is met name vanaf de jaren zestig verdwenen als gevolg van de verhoging van de productie van graslanden door (kunst-) mest en door het sturen op voederwaardekengetallen.

Echter, er is een groeiende trend in de melkveehouderij voor een meer kruidenrijk grasland. Steeds vaker worden kruiden mee gezaaid in het grasland. Geschat wordt dat er thans zo’n 800 tot 1.000 melkveehouders kruidenrijk grasland inzaaien. Een weiland met een hoger percentage aan aromatische planten of kruiden kan voordelen bieden voor de melkveehouder met betrekking tot de biodiversiteit, de bodem en de maatschappij. Bijkomend voordeel is de droogteresistentie van kruiden. Vooral bij (droge) percelen waar niet of moeilijk beregend kan worden is met kruidenrijk grasland snel voordeel te behalen.

Aanvullend vraagstuk is in hoeverre weilanden een ondersteunende rol kunnen spelen in diergezondheid. In dit laatste is Bureau Vetius met name geïnteresseerd door te kijken welke bioactieve stoffen (secondaire metabolieten) hier een rol spelen en gebruikt kunnen worden.

Gras(land) beheer wordt in Nederland tot aan de dag van vandaag hoofdzakelijk gestuurd door voederwaardekengetallen. Een rantsoen wordt samengesteld op basis van ruw eiwit, VEM, DVE, FOS en OEB. (VEM= voederwaarde eenheid melk: DVE= darm verteerbaar eiwit: FOS= fermenteerbaar organische stof: OEB= onbestendige eiwit balans). Feitelijk wordt alleen gekeken naar zogenaamde ‘primaire metabolieten’ van een plant (eiwitten, suikers, vetten, DNA) en naar vitamines, mineralen en sporenelementen. Primaire metabolieten zijn betrokken bij groei en deling van de plantencel.

Aan de hand van deze voederwaardekengetallen kan een rantsoen simpel en doeltreffend berekend worden. Door de enorme kennis aan voeding voor melkvee zijn er tal van voederwaardekengetallen ontstaan om een rantsoen nauwkeurig te kunnen berekenen tot op de gram nauwkeurig. Een voedermiddel bestaat nu simpelweg uit drie hoofdelementen: water, anorganische stof en organische stof. De organische stof bestaat dan weer uit ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof en suikers/zetmeel. Het organische deel bepaalt dus de energie- en eiwitwaarde van het product.

Huidige inzichten wijzen uit dat dit niet het hele verhaal is. Andere bioactieve stoffen (“secondaire metabolieten”) spelen ook een grote rol in o.a. pensactiviteit (fermentatie), ondersteuning van het microbioom en diergezondheid. De opkomst van moleculair genetische technieken maakt het mogelijk om het pensmicrobioom (microben in de pens) in de pens nauwkeurig te meten. De invloed van secondaire metabolitieten op de samenstelling van het microbioom en de fermentatie is te volgen. Eerder hebben wij een blog geschreven over het belang van een gezond microbioom.

Een uitgekiende teelt van gras met kruiden kan niet alleen uitstekend voer opleveren, het is goed voor de diergezondheid en het levert diensten aan de samenleving.

Een kruidenrijk grasland kent naast een imagoverbetering een flink aantal interessante voordelen:

  • Positief voor de bodemkwaliteit door meer bodembiodiversiteit, bodemleven en vitaliteit
  • Hogere opbouw van organisch stof in de bodem (CO2 vastleggen)
  • Toename waterbergend vermogen als ook de afvoer van water
  • Smakelijker gras dus een verbetering droge stofopname > geen daling melkproductie
  • Hoogwaardig voer van perceelsranden en je meest schrale / natte percelen
  • Op de meest natte, droge en schrale percelen of perceelsdelen productiever dan gangbaar grasland
  • Verbetering van de (diepe) beworteling en droogte resistentie
  • Binding van stikstof (bijvoorbeeld door klaver en vlinderbloemigen), minder kunstmest
  • Een hogere stikstofefficiëntie door opname van bijvoorbeeld chicorei en smalle weegbree
  • Betere penswerking (voerbenutting) en diergezondheid
  • Premies door agrarische natuurverenigingen en zuivelfabrikanten

Op de meeste bedrijven is kruidenrijk gras gemakkelijk in te passen in de bedrijfsvoering. Kruidenrijk grasland vraagt wel een ander management dan raaigras. Het vakmanschap van de melkveehouder op dit gebied moet worden ontwikkeld. Denk hierbij aan: zadenmengsel, inzaaien (ploegen of frezen), voorjaar/najaar, eggen en maken zaaibedden, inzaaitechniek, beperken stikstofbemesting, bemesting na eerste snede, maaitijdstip, balen, inkuilen, hooien. Het beheer vraagt aandacht.

Door kruidenrijk grasland wordt de biodiversiteit bevorderd: weidevogels kunnen foerageren en broeden, aantallen insecten nemen toe. Tevens heeft een kruidenrijk grasland een positief effect op de bodemkwaliteit. De bodem wordt gezonder en veerkrachtiger doordat er meer organische stof uit dierlijke mest en CO2 vastgelegd kan worden. Daarbij komt dat de bodem minder geploegd wordt waardoor minder emissie plaatsvindt.

De droge stofproductie van kruidenrijk grasland voor weidevogelbeheer is maximaal ongeveer 7 ton per hectare per jaar en het geoogste gras bevat lagere VEM- en ruw eiwitgehaltes dan regulier grasland. Dit laatste is een actueel punt. Op zich lijkt een lager eiwit percentage minder aantrekkelijk voor melkveehouders. Maar een recente stelling van de WUR is dat het eiwit in graslanden in Nederland (fors) teruggebracht moet worden (en dat in rantsoenen een overaanbod van eiwit gecompenseerd moet worden met voldoende zetmeel). Volgens de WUR is het percentage eiwit in Nederlands gras veel te hoog voor een duurzame melkproductie. Hier zouden extra kruiden in het grasland dus een uitkomst kunnen bieden.

Uit voederproeven blijkt dat veehouders 25 tot 30% van hun intensieve raaigraskuil kunnen vervangen door kuil van kruidenrijk gras zónder dat ze inleveren op melkproductie. De voeropname van een rantsoen, waaraan structuur- of kruidenrijk ruwvoer is toegevoegd blijkt hoger. Dit is ook positief voor de penswerking en voeromzetting, de kans op pensverzuring neemt af. Koeien vinden kruidenrijke gras en de kuil erg lekker. De droge stofopname van kruidenrijk gras is dan ook hoger dan van regulier gras. Koeien nemen dan tot wel 2 kilo meer droge stof per dag op en dit heeft een positief effect op de melkgift. De reuk en smakelijkheid van kruidenrijk gras(kuil) bevordert de voeropname en vermindert stress bij dieren.

Lopende WUR studies proberen een beter inzicht krijgen in de opbrengst, nutriële waarde en biodiversiteit. Maar ook in de relatie met bedrijfsvoering, melkproductie, samenstelling van de melk en verdienmodellen. 

Bodemvoordelen, waterhuishouding, CO2, stikstof, methaanproductie

Eén vierkante meter gras heeft ondergronds een geschatte 200 kilometer aan levende wortels. Dit biedt grote mogelijkheden. Niet alleen voor het opnemen van voedingsstoffen, maar bijvoorbeeld ook voor het vastleggen van koolstof (CO2). Een gezonde bodem bevat vele miljoenen micro-organismen zoals: wormen, bacteriën, nematoden, schimmels, algen, protozoa. Deze organismen zijn in de bodem de schakel in het vrijmaken en omzetten van nutriënten, en de structuurvormers door organismen die de grond losser woelen en zuurstofrijk maken. Het werk van bodemorganismen zorgt voor de ziektewering en de bodemproductiviteit. De nutriënten, met name mineralen, komen zo vrij voor de gewassen. Voor belangstellenden zijn er verschillende cursussen mogelijk.

Door de werken aan een gezonde bodem kan de melkveehouderij een belangrijke bijdrage leveren aan vermindering van atmosferisch CO2. Door gebruik te maken van plantensoorten met een diepe beworteling is een betere resistentie tegen droogte mogelijk. Ook wordt water beter vastgehouden door de bodem.

Vlinderbloemigen zoals lupine, voederwikke of klaversoorten zorgen voor stikstofbinding, en hogere opbrengsten en eiwit van eigen land. Omdat vlinderbloemigen met hulp van symbiontische bacteriën (Rhizobium) stikstof uit de lucht binden, kunnen ze het stikstofgehalte van de grond verhogen. Lupinen wortelen bovendien erg diep, waardoor droogteresistentie toeneemt, bodemwaterhuishouding verbetert en de ondergrond makkelijker toegankelijk wordt voor een volggewas.

Ze leveren op een makkelijke manier een hoogproductief en smakelijk gewas, betere vertering en minder ammoniak en methaan uitstoot. Een kruid als smalle weegbree verbetert de stikstofbenutting van bemesting. Voor stikstof vraagstukken is het daarom aantrekkelijk om deze soorten in het grasland te hebben. Duits onderzoek wijst uit dat een kruidenrijk grasland de methaanuitstoot van koeien reduceren.

De plantensoorten cichorei, smalle weegbree, karwij, wilde peen en ook paardenbloemen zorgen net als lupine voor een diepere beworteling en maken het grasland als geheel beter bestand tegen droogte. Afhankelijk van de soorten kruiden zijn ze ook gunstig voor bodemkwaliteit en bodembiodiversiteit en daarmee ook voor de waterhuishouding zoals beschikbaarheid, doorlaatbaarheid en ontwatering.

Wisselbouw en tijdelijk kruidenrijk grasland

Inmiddels zijn veel verschillende gras/kruidenmengsels verkrijgbaar op de markt. Door de grote Nederlandse kennis op gebied van zaad- en plantenveredeling is het mogelijk om een mengsel gras/ kruiden en zaden te selecteren voor een combinatie die een efficiënte combinatie vormt met grassen en graszaden voor een specifiek perceel of deel van een perceel (rand).

Het mengsel keuze is afhankelijk van het doel van de veehouder en het type bodem. Naast een functie als vanggewas of groenbemester is er ook wisselbouw mogelijk met andere gewassen zoals mais. Veehouders die willen starten of er kruidenrijk grasland overwegen, kunnen eerst met een kleine oppervlakte ervaring op doen. Er zijn specialiseerde bedrijven die maatwerk leveren.

Op zand- en kleigronden is bijvoorbeeld een systeem van wisselbouw met mais of luzerne en tijdelijk kruidenrijk grasland mogelijk als inpassing van kruiden die de biodiversiteit van bestuivende insecten bevorderen. 3- of 4-jarig kruidenrijk grasland levert mooie resultaten en geeft een mooie toename in organische stof. Op veel bedrijven zou de verhouding 60% blijvend grasland en daarnaast 20% kruidenrijk gras en 20% mais in 3-jarige wisselteelt goed passen. Hier kan een dubbelslag mee gemaakt worden: grotere biodiversiteit en meer duurzamere mais teelt.

Soortenrijke weilanden doen in opbrengst nauwelijks onder en leveren voer met goede vitaminen en veel mineralen en sporenelementen waar de koeien graag van vreten. Bijmengen met kruiden is dus niet alleen aantrekkelijk voor weidevogels en insecten. Ook de koe smult en profiteert ervan.

Afhankelijk van de samenstelling van het mengsel kan kruidenrijk grasland net zo productief of zelfs productiever zijn dan gewoon grasland. In Nieuw-Zeeland worden mengsels met witte en rode klaver, cichorei en smalle weegbree al jaren op grote schaal gebruikt. Niet alleen voor een stabielere productie tijdens zomerdroogte, maar ook op een betere stikstofbenutting en minder stikstofverliezen.

Diergezondheid: belang van kruiden in rantsoen.

Kruiden zijn voor koeien heel natuurlijk om op te nemen. Koeien zijn door de eeuwen heen geëvolueerd op graslanden die rijk waren aan kruiden. Op natuurlijke graslanden groeien naast grassen zo’n 60-80 verschillende planten en kruiden. Denk daarbij aan: wilde kruisdistel, ruige weegbree, kattedoorn, Ijzerhard, knolboterbloem, heksenmelk, grasklokje, ruw beemdgras, straatgras, raaigras, madeliefje, ruige leeuwentand, geel walstro, herderstasje, kruldistel, jakobskruiskruid, tweestijlige meidoorn, kraailook, maasraket, glad walstro en peen.

Vanuit dit eenvoudige oogpunt is het direct duidelijk dat een kruidenrijk dieet, dat meer overeenkomstig is met het oorspronkelijke dieet van de koe, veel natuurlijker en gezonder is. Het huidig rantsoen staat vaak ver af van de oorspronkelijk voersituatie met o.a. één grassoort, mais, sojaschroot, raapzaadschroot, bietenpulp, bierborstel enz. Dit kan een verzuring van de pens in de hand werken.

Kruidenrijke graslanden zijn (beduidend) rijker aan mineralen, sporenelementen en aan bioactieve stoffen (secondaire metabolieten) dan monoculturen gras. De gehaltes aan: calcium, magnesium, natrium, mangaan, zink, ijzer, seleen en koper zijn hoger dan gras en kunnen gebreksziekten voorkomen. Afhankelijk van de gebruikte kruiden hoeft de voederwaarde niet onder te doen voor gras.

Secondaire metabolieten kunnen natuurlijke ondersteuning bieden aan de penswerking, het microbioom, de weerstand en de gezondheid van het vee. Deze bioactieve stoffen kunnen bijvoorbeeld bacterieremmend werken, de groei van maag-darmwormen remmen, positief zijn voor fermentatie (voerbenutting) of het immuunsysteem ondersteunen.

Bioactieve stoffen: secondaire metabolieten

Naast vitamines, mineralen en sporen elementen produceren planten zogenaamde secundaire metabolieten. Heeft de koe secundaire metabolieten nodig? Inmiddels is duidelijk van wel. In kruidenrijk gras zoekt de koe kruiden op als ze de kans krijgt. Veel inhoudsstoffen zijn potentieel gezond voor de koe.

Secundaire metabolieten zijn stoffen die vaak via complexe metabolische wegen worden gevormd in onder meer wortels, bladeren en vruchten. Secundaire metabolieten zijn vaak biologisch werkzame stoffen, zoals antibiotica, toxinen, insecticiden of signaalstoffen. In totaal wordt hun aantal geschat op 200.000. Ze kunnen scheikundig worden ingedeeld in verschillende families zoals terpenoïden, glycosiden, saponinen, carotenoïden, tannines, etherische oliën, harsen, alkaloïden en polyfenolen.  

Alleen al voor de terpenen zijn meer dan 30.000 verschillende componenten beschreven. Secundaire metabolieten maken deel uit van de typische aroma’s van kruiden maar ook van groente en fruit. Het is ondertussen meer dan duidelijk dat meerdere van deze stoffen ook belangrijke gezondheidseffecten hebben. Het belang de opname van een diversiteit aan secondaire metabolieten wordt steeds duidelijker.

Door het hele dierenrijk zijn voorbeelden te vinden van het effect van specifieke secondaire metabolieten die een positief effect op een aandoening of gebrek kunnen hebben. Het secondaire metabolieten zoals de bittere tannines hebben een antiworm of antiparasiet effect. Chimpansees kauwen op tanninerijke planten zoals vernonia amygdalina, schapen en herten hebben minder wormen als zij grazen op tannine rijke planten zoals rolklaver en cichorei. Herten zoeken naar tanninerijke planten.

Enige voorbeelden van secondaire metabolieten (en hun gezondheidswerking) in planten of kruiden die in graslanden voorkomen:

Weegbree  -aucubine (antimicrobieel, laxerend, ontstekingsremmend, leverbeschermend, anti-oxidant). -acteoside (antimicrobieel, antischimmel, anti-oxidant).-tannines (beschermt eiwit in de pens, anti-worm). -mucilage (polysacharide dat gel vormt in darm werkt stoppend bij diarree, longslijmoplossend). Aucubine en acteoside zorgen ook voor een verminderde productie van ammoniak. Acreoside verbetert de fermentatie.

Paardenbloem: -tannines (speekselproductie, uitscheiding darm- en maagsappen), -flavonoïden (stimuleert eetlust, penswerking, ondersteuning leverfunctie). Daarnaast bezit paardenbloem hoog kalium, magnesium, selenium, kobalt. Paardenbloem is droogteresistent (penwortel), kan goed tegen bemesting.

Cichorei: -tannines (wormdruk, pensfermentatie) lactucin, lactupicrin en coumarin, chicoreizuur (antivirus, ontstekingsremmend). Cichorei bezit veel kalium, calcium, en zink. Is gemiddeld in koper en fosfor. Cichorei heeft veel snel verteerbare energie en minder eiwit dan gras.

Effect die tannines op eiwitvertering in pens kunnen hebben:

-Afbraak eiwit naar ammoniak omlaag

-Microbieel eiwitvorming omhoog (afhankelijk van type en concentratie tannines)

-Methaanproductie omlaag

-Meer propionzuur t.o.v. azijnzuurvorming

-Geconjugeerd linolzuur (CLA) vorming omhoog

Het gebruik van plantaardige polyfenolen bij productiedieren wordt steeds vaker onderzocht met name vanwege beperking van antibiotica. Flavonoïden vormen een klasse van polyfenolen waarvan bekend is dat ze een ontstekingsremmende en anti-oxidatieve werking hebben. Deze moleculen kunnen een rol spelen bij neonatale gezondheid, diergroei, efficiëntie van pensfermentatie, melkproductie en stressbestendigheid bij melkkoeien. Opname van polyfenolen zoals flavonoïden lijkt het meest gunstig te zijn tijdens perioden van stress. Bij kalveren kan het de ernst van pathogene en niet-pathogene diarree verminderden.

Aanvulling van het rantsoen met polyfenolen tijdens de transitieperiode resulteerde in minder ontstekingen, stress en ophoping van leverlipiden. Bovendien was de melkgift in de meeste onderzoeken toegenomen tijdens de overgang naar lactatie. Het celgetal in melk en aantallen mastitis kan worden verlaagd door extra polyfenolen.

Polyfenolen verminderden de daling van de pH van de pens en verminderden de ontstekingsstatus van koeien die door een dieet met veel granen pensverzuring kregen.

Over het algemeen kunnen polyfenolen de productiviteit van de koe verhogen met gunstige effecten die worden vertoond onder verschillende stressvolle omstandigheden. Het type polyfenolen dat gebruikt wordt, is echter van groot belang.

Bureau Vetius ontwikkelt en biedt de meest innovatieve bolussen op de markt. De ProteQ bolus van Vetius, bijvoorbeeld geschikt bij celgetal en weerstand problemen, bezit naast een actief knoflookextract (stabiel en geurarm), een unieke en uitgebalanceerde mix van polyfenolen uit specifieke bronnen (kruiden, algen en zeewier) en etherische oliën. Dit ter ondersteuning van de penswerking en het microbioom. Ook heeft Vetius ter ondersteuning van de mineralen de complete mineralen bolus NutriCare.